Historie

GESCHIEDENIS VAN HET St. CATHARINAKERKHOF

St. Catharinakerk, gravure 1738

Het eerste kerkhof is ontstaan als hof rond de laatmiddeleeuwse St. Catharinakerk. Gelegen aan de zuidkant van de kerk, rond de toren, was een klein kerkhof van 23 are, wat voor de gemeenschap van 3000 zielen ruim voldoende was. Na de vrede van Münster van 1648 kwam de kerk in protestantse handen. Het begraven van katholieken bleef echter wel mogelijk om de kosten van onderhoud voor de kleine protestantse gemeenschap te verlichten. Voor een begraving in de kerk, zoals destijds nog mogelijk was, ontving de diaconie ƒ 6,30. Voor een begraving op het kerkhof ƒ 1,50. Er werden toeslagen betaald voor het luiden van de klokken, ƒ 2,- ( groot gelui) of ƒ 0,60 (klein gelui).

In 1810 kwam de St. Catharinakerk opnieuw in katholieke handen. De kerk verkeerde in slechte staat en was te klein. Restauraties waren te kostbaar en uitbreidingen zouden niet voldoende ruimte opleveren. In 1857 besloot het kerkbestuur over te gaan tot sloop van de kerk; een veel grotere, nieuwe kerk moest op dezelfde locatie verschijnen. Het eerste St. Catharinakerkhof werd in 1857 gesloten.

TWEEDE KERKHOF ( 1857-1877)

2de kerkhof ca 1890 aan de Vestdijk

Tijdens de bouw van de nieuwe St. Catharinakerk werd voor het kerkhof een nieuwe locatie gevonden: een stukje grond aan de huidige Vestdijk. De overblijfselen van de graven van het oude kerkhof bij de kerk werden overgebracht naar de nieuwe begraafplaats, globaal gelegen aan de huidige Raiffeisenstraat en op een deel van het Raiffeisenplein.
Het nieuwe kerkhof was echter niet zoveel groter (30 are) en al snel bleek het niet echt geschikt. Het lag erg dicht bij de bebouwing van de stad en zou op termijn te klein worden. Het kerkbestuur keek daarom uit naar een locatie aan de rand van de stad. Toen deze was gevonden, werd na nog geen twintig jaar het tweede St. Catharinakerkhof gesloten.
Met inachtneming van de wettelijke grafrust zijn rond 1900 de laatste graven geruimd. Enkele graven zijn overgebracht naar het derde St. Catharinakerkhof, zoals het graf van de ongehuwde jonkvrouwe Theodora O.M.J. baronesse Hackfort tot Ter Horst en dat van jonkheer Alexander lgn. de Maurissens en zijn echtgenote vrouwe Susanne P. Soulier.

DERDE, HUIDIGE KERKHOF

1930 – Zwembadweg

Het merendeel van de grond van het huidige St. Catharinakerkhof werd op 15 september 1875 aangekocht: voor een bedrag van ƒ 3000,- kwam het kerkbestuur in het bezit van een perceel van 8,5 ‘loopens’ groot (1 loopen is 1/6 hectare). De grond werd aan de noordzijde begrensd door het buitengoed Het Paradijs en het riviertje De Rungraaf, dat de grens vormde tussen de gemeenten Eindhoven en Gestel. Het gemeentebestuur van Gestel reageerde op 8 juli 1877 positief op het verzoek tot vergunning voor een bijzondere begraafplaats op grond van artikel 14 van de wet van 10 april 1869. De stadsarchitect J.H. van Dijck liet een gracht aanleggen rondom het hele perceel, met een haag thuja’s als afscheiding, en een toegang aan de kant van het Klein Paradijs. Later, in 1916, werd deze gracht gedempt voor de bouw van de huidige monumentale muur.

Het kerkhof werd ingegedeeld, zoals toen gebruikelijk in vier klassen. De vierde klasse was bestemd voor onvermogenden en overledenen die niet in gewijde grond begraven mochten worden; een indeling die nog tot 1995 is blijven bestaan. De eerste begrafenis vond plaats op 28 juli 1877, toen Johanna Maria den Boer-Vervoort, echtgenote van bakker Arnoldus den Boer, op derde klasse ter aarde werd besteld.

Vele begrafenissen volgden, waaronder, tijdens de Eerste Wereldoorlog, die van Belgische vluchtelingen en militairen van het 20e en 23e regiment die gelegerd waren aan de Belgische grens; slachtoffers van de bombardementen op de binnenstad van Eindhoven in 1942, 1943 en 1944 en tijdelijke begravingen van evacués uit het oorlogsgebied gedurende de bevrijdingsperiode van september 1944 tot maart 1945. Een klein deel van het St. Catharinakerkhof werd in 1877 aan de gemeente Eindhoven afgestaan als algemene begraafplaats totdat de gemeente in 1922 de algemene begraafplaats Woensel in gebruik nam. Ook de zusters van het R.K. Binnenziekenhuis beschikken hier over een eigen kerkhofje vanaf 1935 tot in de jaren zeventig.

entree Zwembadweg 2011

In de loop van 1878 werd het lijkenhuisje gebouwd samen met de woning van de grafdelver, L. van Hugten. Een renovatie in 1938 door de architect Louis Kooken heeft het definitief uiterlijk van de huidige ingang bepaald. De woning en het lijkenhuisje kregen een nieuwe voorgevel en het lijkenhuisje werd ingericht als dodenkapel, terwijl de ingang overdekt werd en voorzien van een smeedijzeren poort. Boven de ingang kwam een Catharinabeeld; op de hoeken van de kerkhofmuur werden ter afsluiting twee lantaarns gebouwd.

kruis op de calvarieberg

Centraal op het kerkhof werd in 1878 een groot houten kruis geplaatst, dat echter na vier jaar reeds omviel. Uiteindelijk is een ijzeren kruis met gietijzeren corpus op een calvarieberg geplaatst; ruim honderd jaar heeft dit het beeld van het kerkhof bepaald. In mei 1992 werd het totaal verroeste kruis vervangen door een hardhouten kruis, waarop het corpus na restauratie op 1 november 1996 is teruggegplaatst.

Comments are closed.